Hoe zeg je de tijd in het Nederlands?
How do you tell time in Dutch?
De klok is verdeeld in 5 zones:
The clock is divided into 5 zones:
:00 – :15
over [uur / hour]
vijf over drie
past the current hour
:20 – :25
voor half [volgend uur]
tien voor half vier
before half, next hour!
:30
half [volgend uur]
half vier = 3:30
half + next hour!
:35 – :40
over half [volgend uur]
vijf over half vier
past half, next hour!
:45 – :55
voor [volgend uur]
kwart voor vier
before the next hour
Alle tijden / All times
Tijd
Nederlands
English
1:00
een uur
one o'clock
1:05
vijf over een
five past one
1:10
tien over een
ten past one
1:15
kwart over een
quarter past one
1:20
tien voor half twee
twenty past one
1:25
vijf voor half twee
twenty-five past one
1:30
half twee
half past one
1:35
vijf over half twee
thirty-five past one
1:40
tien over half twee
twenty to two
1:45
kwart voor twee
quarter to two
1:50
tien voor twee
ten to two
1:55
vijf voor twee
five to two
Let op! In het Nederlands is "half twee" = 1:30 (niet 2:30!). Watch out! In Dutch, "half twee" = 1:30 (not 2:30!).
The Dutch reference the next hour for :20, :25, :30, :35, and :40.
Hoe zeg je getallen in het Nederlands?
How do you say numbers in Dutch?
Gebruik deze eenvoudige patronen:
Use these simple patterns: