Dutch From Zero logo Dutch From Zero

CHEAT SHEET · DUTCH GRAMMAR · A0–A1

Niet or geen? The quick answer

Use geen before a noun that would have een or no article: Ik heb geen auto. Ik drink geen koffie. Use niet for everything else: verbs, adjectives, places, names, and nouns with de, het or mijn: Ik werk niet. De soep is niet warm.

Think of geen as niet + een: “not a”, or “no”.

Find the answer in two taps

Not sure which one your sentence needs? Answer one or two questions.

The cheat sheet

Download PDF

geen “not a”, “no”

  • Instead of een een auto → geen auto
  • Before a noun with no article geen koffie, geen kinderen
  • Languages Ik spreek geen Duits.
  • Everyday phrases geen tijd, geen zin, geen idee, geen probleem

niet “not”, for the rest

  • Verbs Ik werk niet.
  • Adjectives Het is niet duur.
  • Places and directions niet in Utrecht, niet naar school
  • de, het, dit, mijn + noun Ik zie de trein niet. Dat is niet mijn tas.
  • Names Ik ken Anna niet.

Where does niet go?

When niet…it goesExample
says “not” about the whole actionat the end, after time wordsIk werk vandaag niet.
meets a second verbbefore that verbHij kan morgen niet komen.
negates an adjectivestraight before itDe soep is niet warm.
negates a place or directionstraight before itWij gaan niet naar school.

Geen always sits right before its noun (or before the adjective with it): Ik heb geen nieuwe fiets.

Quick practice

Niet or geen? Eight sentences, then see your score.

Common mistakes

  • Ik heb niet een auto → Ik heb geen auto: niet + een becomes geen.
  • Ik niet werk → Ik werk niet: the verb stays second; niet comes after it.
  • Ik spreek niet Nederlands → Ik spreek geen Nederlands: languages take geen.
  • Ik zie geen de trein → Ik zie de trein niet: with de or het, use niet.
  • Hij kan niet morgen komen → Hij kan morgen niet komen: time words come before niet.