Dutch From Zero logo Dutch From Zero

REFERENCE A1 · A2

Dutch Grammar Terms in English: A Glossary for Learners

Dutch teachers and textbooks use Dutch names for grammar. Here is what they mean, with an example and the lesson that teaches each one.

Dutch termEnglishExampleLesson
het werkwoordverbwerken, zijn, opstaanA1 · Present Tense
de persoonsvormfinite verb: the conjugated verb of the sentenceIk woon in Utrecht.A1 · Word Order
de stamstemwerk (werken), woon (wonen)A1 · Present Tense
het hele werkwoord, de infinitiefinfinitiveIk moet werken.A1 · Modal Verbs
het voltooid deelwoordpast participlegewerkt, gegaan, opgebeldA1 · Past Tense Intro
het hulpwerkwoordauxiliary verbIk heb gewerkt. Ik ben gegaan.A1 · Past Tense Intro
het modale werkwoordmodal verbkunnen, moeten, mogen, willenA1 · Modal Verbs
het scheidbaar werkwoordseparable verbopstaan: Ik sta om zeven uur op.A2 · Separable Verbs
het onscheidbaar werkwoordinseparable verbbegrijpen, vertellen, ontmoetenA2 · Separable Verbs
het wederkerend werkwoordreflexive verbzich voelen: Ik voel me goed.A2 · Reflexive Verbs
de onvoltooid tegenwoordige tijd (o.t.t.)present tenseIk werk.A1 · Present Tense
de voltooid tegenwoordige tijd (v.t.t.), het perfectumperfect tenseIk heb gewerkt.A2 · Perfect Tense 2
de onvoltooid verleden tijd (o.v.t.), het imperfectumsimple pastIk werkte.A2 · Simple Past
de toekomende tijdfuture tenseIk ga werken. Ik zal werken.A2 · The Future
de gebiedende wijsimperativeKom binnen!A2 · The Imperative
het zelfstandig naamwoordnounde fiets, het huisA1 · de / het
het lidwoordarticlede, het, eenA1 · de / het
het bepaald lidwoorddefinite articlede, hetA1 · de / het
het onbepaald lidwoordindefinite articleeenA1 · de / het
het enkelvoudsingularde fietsA1 · Plurals
het meervoudpluralde fietsenA1 · Plurals
het verkleinwoorddiminutivehet huisjeA1 · Diminutives
het bijvoeglijk naamwoordadjectiveeen mooie fietsA1 · Adjectives
de vergrotende trapcomparativegroter, beterA1 · Comparison
de overtreffende trapsuperlativehet grootst, het bestA1 · Comparison
het bijwoordadverbvaak, morgen, graagA1 · Word Order
het persoonlijk voornaamwoordpersonal pronounik, jij, hem, haarA2 · Object Pronouns
het bezittelijk voornaamwoordpossessive pronounmijn, jouw, onzeA1 · Possessives
het wederkerend voornaamwoordreflexive pronounme, je, zich, onsA2 · Reflexive Verbs
het aanwijzend voornaamwoorddemonstrative pronoundeze, die, dit, datA2 · Demonstratives
het betrekkelijk voornaamwoordrelative pronounde man die daar staatA2 · Relative Clauses
het onderwerpsubjectIk werk thuis.A1 · Word Order
het lijdend voorwerpdirect objectIk koop een fiets.A2 · Object Pronouns
het meewerkend voorwerpindirect objectIk geef mijn moeder een boek.A2 · Object Pronouns
de hoofdzinmain clauseIk blijf thuis.A2 · Linking Words
de bijzinsubordinate clauseIk blijf thuis, omdat ik ziek ben.A2 · Verb-Final Clauses
het voegwoordconjunctionen, maar, omdatA2 · Linking Words
het nevenschikkend voegwoordcoordinating conjunctionen, maar, want, dus, ofA2 · Linking Words
het onderschikkend voegwoordsubordinating conjunctionomdat, als, dat, toenA2 · Verb-Final Clauses
de inversieinversionMorgen werk ik thuis.A1 · Word Order
de ontkenningnegationniet, geenA1 · Negation
het voorzetselprepositionin, op, aan, bijA2 · Prepositions
het hoofdtelwoordcardinal numbereen, twee, drieA1 · Numbers & Time
het rangtelwoordordinal numbereerste, tweede, derdeA2 · Prepositions
de indirecte redereported speechHij zegt dat hij ziek is.A2 · Verb-Final Clauses
de klinkervowela, e, i, o, uA1 · Pronunciation
de medeklinkerconsonantb, d, k, s, tA1 · Pronunciation
de klemtoonstress (on a syllable)opstaan, begrijpenA2 · Separable Verbs

Three terms worth learning first

De persoonsvorm is the verb that changes with the subject: ik werk, hij werkt. Dutch word order is built around it: second in a main clause, last in a bijzin.

De bijzin is a clause that cannot stand alone, starting with a word like omdat, dat or als. Its verbs go to the end.

Het voltooid deelwoord is the past participle: gewerkt, gegaan. With hebben or zijn it makes the perfect tense.